Zondagochtend, herfst op volle toeren. Even het gevoel alleen op de wereld te zijn. De gure wind snijdt van schuin opzij als een scheermes in mijn gezicht. De harde regen komt er direct daarna als een prikkelende aftershave overheen.
Niets dan het geluid van mijn stappen op het monotone ritme van mijn adem. Twijfel. Maar de moed overwint. Rechtsaf en niet gemakzuchtig links. Een valk ontwaakt en klapwiekt verstoord voor mij langs. Gedachten fladderen, een rode draad ontbreekt. Doelloos.
Het machtige gevoel bij het oversteken van een viaduct. De monsters op wielen als speelgoed onder mij latend. Versnelling erin, alle spieren aanspannen. Ik zweef. Ver van huis. De tijd gaat tergend langzaam. Weer die twijfel. Geen weg terug. Als een vijftien jaar oude diesel ga ik door. Ik moet door, stoppen mag niet.
Terug in de bewoonde wereld. Gesloten gordijnen verraden de mensen nog in pyjama aan het ontbijt. Reflectie in de ramen, zie me gaan. Doorweekt tot op het bot. Bijna thuis. Zondag is begonnen.