Worden wie je bent, is eigenlijk de ‘heilige graal’ in deze moderne queeste  ⭐️ ⭐️ ⭐️ ⭐️ ⭐️

“Dolfijnen laten zich niet zien als je naar ze op zoek bent. Pas als je niet meer naar ze op zoek bent, ga je ze zien.” Eén van de levenslessen die Vincent leert tijdens de zoektocht naar zijn broer Menno. Sandra Bernart (1973) heeft in haar debuutroman Ik zag Menno die zoektocht prachtig beschreven, een zoektocht niet alleen naar Menno maar naar de zin van het leven, naar identiteit en echtheid, vrijheid en dapperheid. Prettig en met humor geschreven, zodat je deze ‘queeste’ in één adem uitleest.
De hoofdpersoon is Vincent, een rustige man met autistische trekken die op het punt staat te trouwen met Kim. Zijn broer Menno is 15 jaar geleden tijdens het surfen in Spanje overleden, maar Vincent heeft dat nooit kunnen accepteren omdat het lichaam van zijn broer niet gevonden is. Tijdens de voorbereidingen voor de huwelijksreis stuit hij op een foto van een groep mensen in een Spaanse reisbrochure en in één van die mensen herkent hij Menno. Hij besluit om alles uit zijn handen te laten vallen en meteen naar Spanje te vertrekken om zijn broer te zoeken.

Deze beslissing is anno 2016 niet heel erg logisch: via sociale media heb je meer kans iemand te vinden dan lukraak naar het dorp te gaan dat in de brochure naast de foto genoemd wordt. De kans dat iemand die feestend op een foto staat in een reisbrochure ook in de betreffende plaats woont, is niet erg groot. Bovendien zal later blijken dat de foto zelfs niet in het Spaanse dorp genomen is.  Het is bovendien bijzonder dat Vincent een dergelijke impulsieve beslissing neemt, want Vincent berekent alles, zelfs de kans op geluk, en bereidt zich goed voor op alles wat hij doet. Zijn broer Menno was spontaan en charmant, deed onverwachte dingen en liep zomaar weg. Vincent is de tegenhanger, is niet bijzonder sociaal, niet ad rem en zelfs een beetje angstig van aard.

Een bijzondere beslissing dus om naar Spanje te gaan en je broer te zoeken, maar eigenlijk zoekt Vincent ook niet alleen Menno. Hij zoekt zichzelf. Als hij denkt Menno gevonden te hebben, spreekt hij hem zelfs niet aan: “Ik mag het nu niet verpesten. Dat zou zonde zijn. Ik weet nu dat hij er is. Dat is wat telt. En de rest komt later”, maar Vincent besluit wel om in Spanje te blijven. Van Rosana, een Spaanse straatartiest, leert hij de act van de man met het onzichtbare hoofd waarmee hij zijn kostje bij elkaar scharrelt. En langzaamaan verliest hij ook zijn eigen hoofd, zijn eigen identiteit en wordt hij steeds meer de overleden broer die op alle posters in het stadje prijkt.  Kim, zijn huwelijk, zijn ouders, zijn baan: alles raakt steeds meer op de achtergrond.

Op het einde van het boek schrijft hij de drie vrouwen die belangrijk voor hem zijn dezelfde brief waarin hij zegt: “Er zijn dagen die voorbijgaan zonder dat je noemenswaardige keuzes maakt. Dagen waarop je je eerder uitgezette koers volgt. Maar er zijn ook dagen waarop je nieuwe keuzes moet maken, om ander mogelijkheden uit te sluiten. Dagen waarop je je toekomst recht in de ogen kijkt. Vandaag is zo’n dag.”  Wie droomt er nooit van het roer helemaal om te gooien? Wie denkt weleens aan het einde van de vakantie: ik zou hier ook gewoon kunnen blijven? Vincent durft het aan om die keuze te maken en op zoek te gaan naar zichzelf. Zijn grootste wens was zijn hele leven om ‘dapper’ te zijn en dat wordt hij. Worden wie je bent, is eigenlijk de ‘heilige graal’ in deze moderne queeste.

Een roman die gaat over de zin van het leven, die je pakt waardoor je erover blijft nadenken, een roman die bovendien het debuut van deze auteur is: een dergelijke roman is het niet alleen waard gelezen te worden maar biedt een belofte voor de toekomst.

 

door Sandra Niemeijer 03 januari 2016 (Bron: Hebban.nl)

 

Spread the word

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.