tot de eeuwwisseling was ik verschrikkelijk. met name ten tijde van EK’s of WK’s. ik was vol onbegrip. hoe kan een weldenkend mens zich zo laten gaan omwille van een voetbalpartijtje. waar hebben we het over. grow up. ik verklaarde de wereld en het merendeel van mijn vrienden voor gek en baalde zichtbaar van alles en iedereen die zich hier wel mee bezighield. in the end was alleen ik degene die hier last van had. niemand trok zich iets van mijn humeur aan.
tot het jaar 2000. toen zag ik het (oranje) licht. if you can’t beat them join them.
schoorvoetend waagde ik me in een kroeg, sloeg een paar biertjes achterover om mijn argwaan te overwinnen en keek met het schaamrood op mijn kaken naar mijn eerste voetbalwedstrijd.
en na een helft was ik om! ergens diep in mij ging mijn oranje bloed sneller stromen.
sindsdien ben ik erbij. ik volg trouw elke wedstrijd. ik praat over onze jongens en ben van ze gaan houden (vooral in hun slimfit shirtjes). ik kan zelfs uitkijken naar de analyse achteraf, heb een uitgesproken mening over het spel en wil vooral niets missen. ik geniet met volle teugen van deze weken.
gisteren (nederland – roemenie) stond ik echter voor een dilemma. hoe leg je je niet voetbalminnende schoonmoeder uit, die na een bezoekje overdag, spontaan voorstelt te blijven slapen, dat voetbal nu toch echt even ietsje belangrijker is dan een wijntje met haar in de tuin?
lastig.

Spread the word